‘In de praktijk blijkt het wel degelijk te kunnen, zorgvoorzieningen in het dorp’

Printervriendelijke versiePDF version

Impressie van de workshop Wonen, Welzijn en Zorg in kleine kernen
Verslag door Jan Willem van de Maat, april 2010

‘In de praktijk blijkt het wel degelijk te kunnen, zorgvoorzieningen in het dorp’

Hoe zorg je ervoor dat ouderen en mensen met een beperking langer en met meer kwaliteit van leven in het eigen dorp kunnen blijven wonen? Deze vraag stond centraal in de workshop ‘WWZ in kleine kernen’. Hilde van Xanten (MOVISIE) en Piet Driest (Idee en verder) leidden de deelnemers in anderhalf uur met behulp van film, een interview en een discussie in werkgroepen langs succesvolle praktijkvoorbeelden en mogelijke oplossingsrichtingen.

Hét platteland bestaat niet
Eerst benadrukten de inleiders de diversiteit van het platteland. Hèt platteland bestaat niet. Maatschappelijke trends als bevolkingskrimp, vergrijzing en verstedelijking spelen in verschillende kernen in verschillende mate. Bovendien verschillen dorpen in grootte en daarmee hangt het aantal voorzieningen vaak direct samen. In centrumdorpen zijn vaak meer voorzieningen als apotheken, vormen van verzorgd en beschermd wonen en paramedische zorg. Hoe zorg je er nou voor dat ouderen en mensen met een beperking ook in kleine dorpen kunnen blijven wonen?

Zorgcoöperatie Hoogeloon
In Hoogeloon (Noord-Brabant) hebben bewoners dat bereikt door hun eigen voorzieningen op te zetten in de vorm van een zorgcoöperatie (met 230 leden). De coöperatie biedt onder andere zorg aan huis en dagactiviteiten en werkt met een coördinator die voor iedereen in het dorp toegankelijk is. Daarnaast maakt het initiatief gebruik van vrijwillige inzet van de bewoners. Het project wordt gefinancierd vanuit PGB’s (persoonsgebonden budgetten). Resultaat: minder mensen zijn gedwongen het dorp te verlaten. Tegelijkertijd heeft de samenwerking tussen bewoners in het dorp een positief effect op de leefbaarheid en solidariteit.

Wonen, welzijn en zorg in Elsendorp
In Elsendorp hebben het dorpsoverleg, de gemeente en de lokale partners op het gebied van wonen, welzijn en zorg de handen ineen geslagen om ouderen de kans te bieden in Elsendorp te kunnen blijven wonen. Hier zijn woon- en welzijnsvoorzieningen geclusterd rondom een brede school en is een dorpsondersteuner actief die vrijwillige inzet proactief aanstuurt en ondersteunt. De initiatiefnemers hebben de zorg op een nieuwe manier georganiseerd. PGB’s, mantelzorg en wijkverpleegkundi-gen uit het dorp spelen daarbij een belangrijke rol. Wederom is het resultaat dat ouderen langer in hun eigen dorp kunnen blijven wonen. De gemeente is zo enthousiast dat zij het initiatief wil verbreden naar andere dorpen binnen de gemeente.

‘Omtinken’ in Tytsjerksteradiel
Sake Postma, werkzaam bij de gemeente Tytsjerksteradiel, vertelde over een ander koplopend project: ‘it Aventoer (het avontuur) Omtinkerij’. Dit initiatief van de gemeente, in het kader van de Wmo, bundelt de lokale cliëntondersteuning die voorheen door negen verschillende organisaties werd aangeboden. Omtinkers, werkzaam vanuit de Omtinkerij, helpen een cliënt met diens vraag en spreken daarbij al in een vroeg stadium diens sociale netwerk aan. Dit heeft ertoe geleid dat de zorgvraag later plaats vindt en bovendien minder groot is. En minstens zo opmerkelijk: waar de verschillende organisaties eerst 16 fte’s nodig hadden voor de cliëntondersteuning, zijn daar sinds de invoering van de Omtinkerij nog maar 9 fte’s voor nodig. Tijdens het interview benadrukte de heer Postma dat een vernieuwend initiatief alleen een succes kan worden als je het doel, in dit geval ‘belangeloze cliëntondersteuning’, voor ogen houdt en je niet uit het veld laat slaan door praktische belemmeringen als de uiteindelijke financiering en rolverdelingen van de betrokken partijen.       
Netwerkondersteuning belangrijker dan nieuwbouw

Na het plenaire interview werden de deelnemers in twee groepen opgesplitst, elk onder leiding van een van de workshopleiders. De deelnemers gingen met elkaar in gesprek over wat zij zelf kunnen doen om mensen zo lang mogelijk in hun dorp te kunnen laten wonen en welke partijen daarbij betrokken moeten zijn. In een van de groepen ging de discussie aanvankelijk over de vraag of de woningen het probleem zijn. Moeten die aangepast en levensloopbestendig gemaakt worden? Seniorenwoningen blijken echter vaak niet aan te slaan. Een van de aanwezigen vertelde: ‘Mensen blijven toch vaak wonen in hun eigen huis en als het niet meer gaat, zetten ze het bed in de woonkamer’. Uiteindelijk leek het de deelnemers van groter belang dat mensen een sociaal netwerk hebben waar zij op terug kunnen vallen.

Daadkrachtige dorpsbelangenorganisaties
Daarnaast onderstreepten een aantal aanwezigen in beide groepen het belang van daadkrachtige dorpsbelangenorganisaties. Wanneer zij een goede samenwerkingsrelatie hebben met de gemeente en een actieve rol oppakken, weten ze sneller slimmere combinaties tot stand te brengen. Voordat een idee van bewoners tot een concreet project is omgezet, vergt dat echter wel vaak ondersteuning (van gemeente of sociale professionals). Tegelijkertijd waarschuwden enkele deelnemers voor te hoge verwachtingen van burgerinitiatieven en vrijwilligers.
Kleinschalig 24-uurs verblijf: óók mogelijk in kleine kernen

Vervolgens kwamen de groepen weer plenair bij elkaar. Piet Driest hield tot slot een pleidooi voor het kleinschalig organiseren van 24-uurs begeleiding in kleine kernen. Nu bestaat er in dorpen vaak geen verblijfsfunctie waar mensen ‘rond de klok’ beschermd kunnen wonen. Daardoor wordt een hulpbehoevende persoon gedwongen om te verhuizen, verder weg van zijn of haar mantelzorgers.

Zorgaanbieders zijn terughoudend bij het opzetten van kleinschalige verblijfsfuncties en hanteren vaak een norm van minimaal 24 verblijfplaatsen bij een inwonertal van minimaal 6.000. In de praktijk blijkt het echter wel degelijk mogelijk kleinschalige initiatieven met 24-uurs begeleiding in kleine dorpen tot stand te brengen. Een voorbeeld daarvan is zorgboerderij Westersypen in Joure met 9 appartementen voor demente ouderen. Kleinschalige woonzorginitiatieven als deze worden vaak voor een groot deel gefinancierd met het PGB en voor een deel met Wmo-gelden. Bij de totstandkoming van dit soort initiatieven is het verder van belang dat corporaties en gemeenten bereid zijn woningen en bouwgrond (voor een schappelijke prijs) te reserveren voor woonzorgvormen. Daarnaast is het van belang dat alle betrokken partijen over hun eigen grenzen heen willen kijken en openstaan voor samenwerking. Kortom als er slimme combinaties worden gezocht tussen de gemeente, woningbouwcorporaties, burgers en zorg- en welzijnsinstellin-gen en er tegelijkertijd gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden van het PGB en eventueel hogere eigen bijdragen, dan is er veel meer mogelijk dan we vaak denken.

WWZ-project Movisie

Kijk op http://www.wwzmaakhetsamen.nl/ voor informatie over het WWZ project van Movisie in 3 gemeenten met louter kleine kernen (o.a. Buren)