Verslag chatdiscussie 16 mei: Rabobank
Verslag chatbijeenkomst “De Geldkraan”, van 16 mei m.m.v. de heer Renders, directeur Rabobank Oerle-Wintelre
Wat mogen dorpsraden van de lokale Rabobank verwachten?
Op de bijeenkomst in Nuenen waren de meeste mensen benieuwd wat ze zoal van de lokale Rabobank mogen verwachten en hoe ze dit oppakken. Er is bij de Rabobanken wel een landelijk beleid, maar de lokale banken hebben zelf de mogelijkheid hier op hun manier invulling aan te geven. Dit gebeurt veelal onder het algemene thema van MVO, (maatschappelijk verantwoord ondernemen). Dit geldt bijv. voor projecten op het gebied van cultuur of voor sport, maar kan heel breed gezien worden. Een voorbeeld hiervan is een project rondom Utrecht, waar veel uitval van MBO leerlingen was. Daar is een project opgezet met de bank (én haar klanten) om leerlingen stagekansen te bieden. Een ander voorbeeld is de Rabobank Altena, die de Stichting Seniorenweb heeft ondersteund. Bij Rabobank Oerle-Wintelre hebben projecten die de leefbaarheid in het dorp te goede komen de hoogste scoringskans en dan maakt het niet uit voor welke doelgroep. Dit kan dus ook gaan om de realisering van gemeenschapshuizen of de inrichting ervan. Al kan en zal het daar vaak een combinatie van financieringsvormen zijn, denk bijvoorbeeld aan renteloze lening of leningen tegen een zachte rente. Met name voor de inrichting kan overigens fondswerving (zie het verhaal van Hans Beterams van bureau fondswerving van Synthese) ook goede mogelijkheden aanboren.
Coöperatief dividend
De Rabobank heeft geen landelijke fonds voor dit soort projecten. De lokale banken hebben wel vaak een of meerdere fondsen. Op dit moment is er bij veel banken sprake van het zgn. Coöperatief Dividend. Coöperatief dividend kunnen investeringen en bestedingen zijn die worden gedaan ten behoeve van de verbetering van de economische, sociale en culturele omgeving en waarvoor geen directe tegenprestatie is. Coöperatief dividend is geen en mag niet gezien worden als commerciële sponsoring. Het is teruggeven van een gedeelte van het bedrijfsresultaat ten behoeve van de gemeenschap, waar dit resultaat ook door is opgebracht
Richtbedragen of percentages
Er zijn geen richtbedragen of percentages, al ziet een lokale bank wel heel graag dat het een gezamenlijke project wordt en dat de bijdrage niet als 'gatenvuller' gebruikt wordt. Het gaat juist om de samenwerking en om het samendoen. De maximale bedragen verschillen per lokale bank. Veel hangt af van de jaarlijkse reservering. Bij grotere banken loopt dat vaak in de tonnen.
Combinatie met andere financieringsvormen
Combinaties van financieringsvormen en met andere financiers zijn goed mogelijk. Denk daarbij vooral aan gemeente of provincie. Als de derde financier een andere bank is, niet de Rabobank, dan ligt het verhaal uiteraard wel heel anders en moeilijker.
Netwerk
Het gebeurt ook wel dat de Rabobank de eigen bedrijfsklanten stimuleert om te investeren in leefbaarheid. Bij de bouw van aanleunwoningen is er bijvoorbeeld voor de inrichting en ontspanning een beroep gedaan om op klanten om een biljarttafel te verzorgen.
De Rabobank is als het ware ook een groot kennisplatform met haar vele klanten. Vragen die bij de bank neergelegd worden kunnen doorgesluisd worden naar klanten die op dat terrein deskundigheid in huis hebben. Dorpsraden kunnen dus op die manier ook via de Rabobank aan kennis komen. Het meest simpele voorbeeld is de notaris of advocaten voor het doorakkeren van specifieke problemen of contracten. Een ander voorbeeld klinkt raar, maar ook de relatie met de politiek kan van belang zijn, denk aan het zoeken van mogelijkheden bij de realisatie en financiering van starterswoningen. Als dorpsraden het goed spelen en de verbinding weten te leggen bij de bank om samen naar oplossingen en mogelijkheden te zoeken, zullen de medewerkers van de bank als vanzelf gaan meedenken en oplossingsgericht gaan zoeken.
Struikelblokken
Waar dorpsraden mogelijk over struikelen is mogelijk de ogenschijnlijke afstand tot de bank die als gevolg van de schaalvergroting is ontstaan. Daar waar een aantal jaren geleden men gewoon de bank binnenstapte gaat het nu over meerdere schijven. Bovendien weet men niet altijd direct waar het over gaat, dus een onderbouwing is een must. Besluitvorming vindt niet altijd meer plaats door mensen uit de eigen lokale gemeenschap, maar bij een grotere bank uit personen uit meerdere kernen. De afstand lijkt wat groter, dus moet men zelf het initiatief nemen en houden en vastberaden zijn. Dus als advies kan ik dorpsraden meegeven eerst een gesprek aan te knopen met een filiaalhouder of een speciale medewerker.
Wat dorpsraden weerhoudt om bij de Rabobank aan te kloppen is misschien wel de gedachte dat de bank er ook altijd op de een of andere manier 'beter' van zou moeten worden, terwijl dat niet het geval behoeft te zijn. Als Rabobank proberen we de wensen en ambities van onze klanten te realiseren en daar hoort ook woongenot bij, dus leefbaarheid van de wijk of dorp. Bovendien zo is mijn stelling, als het klanten goed gaat, gaat het de coöperatieve bank (zonder winstoogmerk) ook goed. Winst is voor ons een middel en geen doel. Coöperatie betekent niet voor niets samenwerken. Veel mensen en vaak ook de klanten (en leden) weten niet genoeg wat die coöperatie nu feitelijk inhoudt en waar zij voor staat. Overigens ligt daar ook een taak voor de bank zelf, haar medewerkers, haar collegeleden enz.
Projecten lijken nog al eens stuk lopen omdat mensen te strak vasthouden aan een bepaald idee (het behoud van een winkel of een café) en te weinig denken in termen van het probleem: de boodschappen of de ontmoeting.Je moet wel altijd realistisch blijven. Bedrijfseconomisch is een winkel op commerciële basis vaak geen haalbare kaart. Bovendien zijn de eisen van de consument erg hoog en is de prijs ook bepalend. Door creatief denken zie je op sommige plaatsen wel kleine winkelvoorzieningen terugkomen, maar dan met extra diensten of service mogelijkheden, zoals een dependance van de post of zorggebeuren.
Afsluitend: adviezen voor dorpsraden
Maak eerst een goed plan. Bespreek dit eerst in de informele sfeer. Maak een goede onderbouwing van het waarom en wat aan de bank gevraagd wordt en dat kan meer zijn dan alleen munten. In dat kader spreken we vaak over de 5 M's, te weten Mensen (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk), Middelen (vergaderruimte of kopieervoorzieningen) Media (communicatiemiddelen), Massa (beschikbaar stellen van het netwerk of klanten) en als laatste de Munten. Duidelijk moet steeds zijn dat het gaat om samen doen: samen optrekken, samen iets realiseren voor een wijk of dorp en samen de middelen opbrengen.
Als belangrijkste wil ik meegeven dat er in samenwerking en samenspraak met de Rabobank veel mogelijk is, wellicht meer dan de dorpsraden thans denken.
Met de hartelijke dank aan de heer T. Renders voor zijn bijdrage aan deze chatdiscussie
- login of registreer om te reageren






