Geurnormen: zetten we daarmee onze dorpen op slot?

Printervriendelijke versiePDF-versie

Op dit moment zijn veel gemeenten bezig geurnormen te formuleren. Deze zijn nodig voor het vaststellen van de bepalingen van de Wet geurhinder en veehouderij. De gemeenten hebben de mogelijkheid een eigen beleid binnen een gegeven bandbreedte vast te stellen. De geurnormen gelden voor locaties, bestemd voor permanent of regelmatig wonen of verblijf. Door te strenge eisen te stellen bestaat de kans, dat daarmee de uitbreidingsmogelijkheid voor woningbouw in de kernrandzones onmogelijk wordt gemaakt.

In de nieuwe wet wordt de geur uitgedrukt in Europese geureenheden: “odour units” (ou) per kubieke meter (m3). De meeste kernen in Noord Brabant vallen in het zogenaamde concentratiegebied veehouderij waarvoor in de wet een bandbreedte wordt gegeven van 0,1-14 ou/m3 binnen de bebouwde kom en van 3-35 ou/m3 buiten de bebouwde kom.Voor de waarde die in de praktijk nu worden aangegeven door het RIVM is een geurnorm van 1-3 ou/m3 zeer goed en van 4-8 ou/m3 als goed te beschouwen. Als er een of meerdere veehouderijen vlak bij de kern liggen is een norm van 8 ou/m3 in de kernrandzone een waarde waarmee in de praktijk een werkbare situatie ontstaat waar ook nog mogelijkheden liggen voor het bouwen van woningen.

 

Om veehouderijen uit de kernranden en natuurgebieden te verplaatsen zijn de landbouwontwikkelingsgebieden (LOG) opgenomen in de reconstructieplannen. Daarvoor geldt dat de geurnorm er zodanig moet zijn, dat je veehouderijen ook kunt verplaatsen naar die locaties. In de praktijk komt het neer op maatwerk per kern.

 

Als u er meer over wilt weten, neem dan contact op met het secretariaat en wij proberen u te helpen en te adviseren. Tegen het vaststellen van de normen is geen bezwaar mogelijk, het is dus zaak om via uw gemeentelijke contacten, tijdig uw geluid te laten horen bij B en W en de gemeenteraad.

 

Het is heel belangrijk om de komende jaren woningen te kunnen blijven bouwen in de kernrandzone. De geurnorm mag daarvoor geen belemmering vormen. Accepteer daarbij dan een normwaarde die dit mogelijk maakt.

 

Wim van Lith, voorzitter