Vrijwilligerswerk is dus toch niet gratis...

Recent kwam ik een interessant artikel tegen op Socialevraagstukken.nl “Vrijwilligerswerk is niet gratis”. In dit artikel ging het om de trend van gemeenten om steeds meer gebruik te maken van vrijwilligers voor allerlei taken. Het artikel ging over de kosten die vrijwilligersorganisaties maken om vrijwilligers te werven, te trainen, in te zetten en te begeleiden voor diverse noodzakelijke functies, zoals bijvoorbeeld de schuldhulpverlening.

Vrijwilligerswerk is niet alleen van deze tijd, het is van alle tijden. Daar waar de maatschappij gaten laat vallen in haar dienstverlening zijn er vaak mensen bereid om een handje te helpen, ook zonder daar een substantieel inkomen uit te halen. Dit geldt voor de hulpverlening aan mensen, maar ook voor de opvang van dieren, de bescherming planten of het historisch erfgoed. Zonder vrijwilligers zou onze maatschappij er een stuk slechter voor staan.

De afgelopen jaren doet de overheid de laatste jaren een steeds groter beroep op vrijwilligerswerk, omdat de grote politieke partijen vinden dat anders sommige taken in de samenleving “onbetaalbaar worden”. Vooral bij zorg en welzijn gaat het daarbij steeds vaker om taken die eigenlijk onmisbaar zijn voor het goed functioneren van maatschappelijke diensten. In veel gevallen gaat het om taken die eerder door betaalde krachten werden verricht.

Er is niets mis met vrijwilligerswerk. Veel mensen doen het graag, met liefde en veel voldoening. Dat geldt overigens ook voor veel betaalde banen. Het is wel vreemd en het geeft mij een onbehaaglijk gevoel als vrijwilligers gezien worden als een eenvoudige manier om geld uit te sparen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als we banen in het groenonderhoud opheffen en vervolgens mensen die werkloos zijn dwingen om als “vrijwilliger” diezelfde arbeid te gaan verrichten en daarmee dus feitelijk onder het minimumloon arbeid te verrichten. In plaats van middelen eerlijk te verdelen om daarmee voldoende arbeidsplaatsen te scheppen, leggen we de lasten bij de mensen met weinig kansen op de arbeidsmarkt en schepen ze daarmee af met een onderbetaalde en daarmee ondergewaardeerde baan. Zo zijn er veel taken die voor de maatschappij zeer relevant zijn, maar waarbij we de lasten niet gezamenlijk dragen, maar leggen op de ruggen van mensen die “zo gek” zijn (lees: zoveel verantwoordelijkheidsgevoel hebben) om dat als vrijwilliger te doen.

Vooral gemeenten lijken graag gebruik te maken van vrijwilligers in hun streven naar een goedkope dienstverlening. Dit wordt vaak gebracht onder de noemer “efficiënt werken van de gemeente”. Efficiënt is echter de verhouding tussen kwaliteit en kosten. Het gaat hierbij in veel gevallen niet om kwaliteit, maar om de kosten en dan alleen de directe kosten voor de gemeente, niet om de totale kosten. De waarde van de vrijwillige inbreng in tijd en de kosten voor hun organisaties spelen in die afweging een ondergeschikte rol. Hiermee worden veel problemen in de samenleving rond zaken als leefbaarheid, milieu, dierenwelzijn en de zorg afgewenteld en over de schutting gegooid richting vrijwilligers en hun organisaties.

Waarde van vrijwilligerswerk

Buurten, buurthuizen, wijkkranten en steeds vaker beheer van de openbare ruimte worden overgelaten aan vrijwilligers, met steeds minder ondersteuning van betaalde krachten. De waardering die zij daarvoor krijgen is vaak niet meer dan gemeenplaatsen in beleidsnotities en speeches op vrijwilligersmarkten. Hoewel ze ze een daadwerkelijk onderdeel van het maatschappelijk apparaat krijgen ze daarvoor niet beloning noch de erkenning. Zo blijken ambtenaren actieve bewoners vaak maar lastig te vinden en ze alleen te betrekken als het zo uitkomt of niet anders kan. Op een bijeenkomst eind vorig jaar hoorde ik hiervoor de term “usual suspects” : actieve bewoners die regelmatig hun mond open doen en waarnaar je eigenlijk niet meer naar hoeft te luisteren.

Een interessante manier om de waarde van vrijwilligerswerk te benoemen zag ik in de project opzet van Leader in de Achterhoek. Bij het indienen van projectvoorstellen werden alle bijdragen van vrijwilligers gewaardeerd als eigen inbreng van de indieners met een waarde van 22 euro per uur, ruwweg vergelijkbaar met het brutominimum loon inclusief alle kosten. De bijdrage van de overheid is dan maximaal 50%. Door op deze manier naar maatschappelijke initiatieven te kijken, wordt de verhouding een stuk duidelijker tussen de bijdrage van de overheid en die van de vrijwilligers aan specifieke maatschappelijk belangrijke taken. Ons eigen buurtcomité in de Zeeheldenbuurt in Ede is gericht op activiteiten voor de leefbaarheid van onze gehele buurt. Voor 2016 kwamen we uit op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van 20% en een vrijwillige bijdrage vanuit bewoners gewaardeerd met 22 euro per uur van 80%. Hierbij moet men nog bedenken dat deze tijdsinvestering gedaan wordt door enkele procenten van de bewoners van onze buurt. Dit betekent dus dat 80% van de kosten van de belangrijke leefbaarheidsactiviteiten hierbij niet gedragen wordt door de gemeenschap, maar door een klein percentage van die gemeenschap. Deze verhouding wellicht zal bij veel activiteiten met vrijwilligers nog schever liggen. Subsidiegevers zoals de gemeenten doen echter vaak voorkomen dat zij de grootste lasten dragen. Gemeenten proberen zonder zonder twijfel in het algemeen de gemeenschapsgelden zo goed mogelijk in te zetten. Er steekt ook geen kwade wil achter een grotere nadruk op vrijwilligerswerk. Het schort echter nog wel vaak aan daadwerkelijke waardering en ondersteuning van dat vrijwilligerswerk en aan het besef van de totale kosten van het vrijwilligerswerk voor alle partijen, inclusief de vrijwilligers en hun organisaties.

Het is daarmee dan ook van belang om vaker te kijken naar de verhouding tussen de waarde van vrijwilligerswerk en de bijdrage vanuit de overheid voor taken die we maatschappelijk van groot belang vinden.  Hiermee wordt ook de bijdrage van overheid aan het oplossen van veel maatschappelijke problemen gerelativeerd.